Ik weet veel van gezichten.
Ik heb ze beter gestudeerd dan iedereen die ik ken.
Noch geen zus of broer die ik verken,
heeft eenzelfde compositie gekregen.
Ik heb getekend met liefde in mijn knokkels
over schedel, kaak en jukbeen.
Je hebt van die ronde en hele spitse
met ogen die spleten, hangen of groot zijn
De één nog georganiseerder dan de ander.
Accent van sproet of kuil in het design.
Twee flauwe bogen of puntige bergen.
De bovenlip krult nooit eenzelfde baan.
Ik heb aanschouwt met aandacht en stift
voor een weerspiegeling van de mens.

Ik weet veel van gezichten.
Ik heb ze beter getekend dan wie schoonheid miskent.